Designprijs Rotterdam 1997 JURYRAPPORT
DESIGNPRIJS ROTTERDAM 1997
 
Vroeg in de ochtend, op een kille en winderige zondag in februari, vertrekt een busje vanaf het Rotterdamse Hotel New York in zuidelijke richting. Eerste reisdoel is een rijtje moderne windmolens bij Oude Tonge. In de bus bevindt zich de jury van de Designprijs Rotterdam, vergezeld van enkele gidsen, een paar thermoskannen koffie en een pak stroopwafels. Na te zijn uitgewaaid op een Zeeuwse dijk vervolgen zij de reis in omgekeerde richting. Rotterdam wordt opnieuw aangedaan, voor een bezoek aan de nieuw ingerichte HEMA, waarna een lange rit volgt naar het noordelijkste puntje van Noord-Holland. De Randstad stadsplattegrond wijst een tijdlang de weg.

In Barsingerhorn stormt het. De jury baant zich door regen en modder een weg om ook het verst gelegen bankje te bekijken. Warme chocola en jenever in de dorpskroeg bieden troost. En dan wordt de terugreis aanvaard, met als laatste halte De Waag in Amsterdam, waar de juryleden zich een plekje veroveren aan de Leestafel van Oude en Nieuwe Media.

Met onverminderde energie en enthousiasme betreden zij de volgende dag de tentoonstelling in de Kunsthal. De geknoopte stoel wordt van zijn voetstuk gehaald en uitgeprobeerd, de keramische sieraden komen uit de vitrine en worden omgehangen, het SHV boek daalt van zijn onbereikbaar hoge plankje af en belandt op de digitale leestafel.

Men is onder de indruk. Van de veelheid aan goede producten, de rijkdom aan ideeën, de energie, vitaliteit en creativiteit die de tentoonstelling uitstraalt. Er zijn werkelijk uitzonderlijke projecten bij, vernieuwend en inspirerend. De jury heeft een luxeprobleem: er is teveel keus. Later zal blijken dat zij niettemin moeiteloos de prijswinnaar kan aanwijzen. Al bij een eerste verkennende stemronde geven de juryleden één product unaniem hun hoogste stem. Spannend is het eerder bij het toekennen van de eervolle vermeldingen, waarbij het vaak gaat om de verschillen tussen 'goed' en 'net iets beter', of 'om een andere reden goed'. Over die redenen doet de jury vooraf een aantal uitspraken.

Vastgesteld wordt dat het onmogelijk is een voor alles geldende lijst criteria op te stellen. Toch weet de jury heel goed waarnaar zij op zoek is. Rick Poynor, de Londense designcriticus en hoofdredacteur van het internationale tijdschrift over grafische vormgeving eye, is voor het tweede jaar jurylid van de prijs. Hij hoopt enchantment te vinden, 'betovering', datgene wat meer is dan alleen de oplossing van het probleem, het vervullen van de functie, alles wat we vanzelfsprekend vinden bij het ontwerpen. Of het nu gaat om een boek, een interactief project, een product voor op het lichaam of voor in huis: een 'betoverend' product intrigeert, heeft een culturele dimensie, een poëtische kwaliteit, een extra laag die het losmaakt van de gewone, alledaagse routine. Helen Drutt English, eigenaar van een galerie voor sieraden en toegepaste kunst in Philadelphia, vult aan: 'het geeft je iets wat je nooit eerder had', is geen herhaling van ideeën, maar biedt nieuwe inzichten, vergroot je ervaring, leert je iets ongekends.

Het begrip 'kwaliteit' wordt genoemd, en gedefinieerd als het verenigen van menselijke waarden - esthetisch, intellectueel, technisch, emotioneel - onder een gemeenschappelijke noemer. Opgemerkt wordt dat 'kwaliteit' als criterium voor vormgeving de laatste jaren een betekenisverandering heeft ondergaan. Het begrip heeft zich losgemaakt van disciplinegebonden opvattingen over vakmanschap, de oude dogma's van perfecte techniek en afwerking, en van het ene opzichzelfstaande object. Kwaliteit ligt nu veeleer besloten in het idee achter het product, de relatie van het product tot zijn context, de wijze waarop het is geëvolueerd of mogelijkheden biedt voor verdere ontwikkeling. De uitvoering, mits passend bij het idee, kan iedere vorm aannemen: glad of ruw, perfect of bewust imperfect, minimalistisch of wild expressionistisch. Wanneer onze opvattingen over 'kwaliteit' zich ontwikkelen wordt volgens de jury het van belang in hoeverre producten werkelijk 'van deze tijd' zijn: zich richten op hedendaagse problemen, behoeften en kwesties, en deze op een eigentijdse manier oplossen. De winnaar moet een product zijn dat werkelijk 'van nu' is, dat een probleem oplost dat enkele jaren geleden nog niet bestond.

Tegelijkertijd vindt de jury het belangrijk dat een product in verbinding staat met de Nederlandse ontwerptraditie. Dat het, al krijgt het een universele geldigheid en acceptatie, in geen enkel ander land ontwikkeld had kunnen worden. Ingo Maurer, industrieel ontwerper uit Munchen, roemt de humane kwaliteit van de Nederlandse vormgeving, de menselijke schaal, de vriendelijke en lichte toets van de ontwerpen. Hij verkeert in tweestrijd: hij voelt zich sterk aangetrokken tot en tegelijk buitengesloten door sommige nieuwe media-projecten. Ze spreken een nieuwe taal, die even verleidelijk en overredend is, als raadselachtig en in zichzelf gekeerd. Hij vindt bijval. Het volstaat volgens de jury niet om te stellen dat de gebrekkige toegankelijkheid van deze projecten slechts een generatiekwestie is, een probleem dat zich met de tijd vanzelf oplost. Het is pijnlijk en lichtelijk belachelijk dat een groot aantal mensen door de nieuwe media wordt geïntimideerd.

Na deze eerste verkenning van inzichten leidt juryvoorzitter John Thackara, directeur van het Vormgevingsinstituut, met vriendelijke voortvarendheid het gesprek over de 28 genomineerde producten.

De wastafel van Dick van Hoff speelt een boeiend illusionistisch spel, waarin het ene materiaal zich voordoet als het andere: vilt lijkt even op email. Het is een prachtig experimenteel object, dat alleen door zijn hoge prijs wat ongemakkelijk balanceert op de grens van kunstvoorwerp en industrieel product. Ook de sieradencollectie ' Handle with care' van Peter Hoogeboom valt op door het geraffineerde materiaalgebruik: hij opent hiermee nieuwe wegen voor keramiek. De perfecte uitvoering van de kleine keramische elementen, en de wijze waarop ze in een netwerk zijn vervlochten, dwingt respect af. Vooral de grotere stukken zijn sterk door hun eenvoud, bij de kleinere overheerst de anekdotische, etnische uitstraling van de sluitingen. De cd-rom 'House' van Joost Grootens charmeert door zijn schoonheid, de vitaliteit en energie die spreken uit de vloeiende samensmelting van beeld, geluid en beweging, maar geeft zijn verhalen niet makkelijk prijs.

Voor de prestatie die Jaap van Triest heeft geleverd in het oeuvre-overzicht van Karel Martens heeft de jury veel respect: een mooie interpretatie van Martens' werk, de catalogus in de marge - herinnerend aan de structuur van een cd-rom - maakt de overvloed van het werk voelbaar. De ' Knotted Chair' van Marcel Wanders spreekt tot de verbeelding, omdat daarin de aloude droom van de ontwerper is gerealiseerd: iets wat zacht en plat is wordt, na een paar technische ingrepen, rigide en ruimtelijk. Daarnaast verlost hij de - traditioneel puur praktische en constructieve - macramé-techniek van het tuttige imago dat er sinds de zestiger jaren aankleefde, door deze te verbinden met de nieuwste technologie. (1) Sommige juryleden vinden de knopen aangenamer om op te zitten dan anderen.

Beheersing, discipline, hang naar perfectie, dat lijken de ' Shot' armbanden van Gijs Bakker op het eerste gezicht vooral uit te stralen. Maar wie ze aanraakt voelt de aangename, fluwelen zachtheid van het materiaal en krijgt oog voor de prachtige kleuren, de elegante eenvoud en de uitgebalanceerde vorm. Dit smaakvolle industriële sieraad heeft een belangrijke voorbeeldfunctie: het laat zien dat technische precisie en tactiele kwaliteit wel degelijk samen kunnen gaan.

Van een volmaakt tegengestelde orde is het boek ' Wherever you are on this planet' van Stephanie de Vilder en Gerald van der Kaap. Omslag en tekstpagina's hebben een botte, Gouden Gids-achtige directheid, met daarachter een hysterische catalogus van bruut naast elkaar geplaatste beelden. Het is in strijd met alles wat 'goede smaak' heet in de vormgeving en roept daardoor bij de jury zowel vurige steun op als ontsteld onbegrip. Maar het ontwerp heeft een opzettelijke, geraffineerd geconstrueerde lompheid, waar het subversieve plezier vanaf straalt. De catalogus biedt een gestage onderdompeling in een hedendaagse chaos van beelden, zo fascinerend, dat ook degenen die de subtiliteiten van de 'anti-typografie' ontgaan zich ertoe aangetrokken zullen voelen. De relatie met nieuwe technologie - zowel in de structuur van het boek zelf, als in de 'link' achterin naar de 'Kaap' website - geeft het de weerklank van deze tijd: het boek zoekt zijn plek in de jungle van het medialandschap.

Een hele mooie en praktische uitvinding is de ' Twinn' vloerbekleding van Jeroen Vinken. Van alle inzendingen misschien nog het meest een 'product', recht door zee, één-op-één. Een prachtig en bescheiden product, voor dagelijks gebruik in huis en openbare ruimtes, door een ontwerper op eigen initiatief aan zijn tekentafel ontwikkeld. Vervolgens heeft hij een flexibele manier gevonden om het in eigen beheer te laten fabriceren: een prestatie. Het idee van het donkerbruine basisweefsel is een vondst, het levert zowel prachtige kleuren op als de mogelijkheid om op bestelling te leveren. Het weefsel voelt heerlijk aan en is tegelijkertijd uitstekend schoon te houden: inderdaad, het linoleum ver voorbij. Of, zoals Ingo Maurer het uitdrukte: 'one step ahead of linoleum'.

Een project dat de juryleden langzaam maar zeker heeft veroverd is het straatmeubiliar voor het informatiepunt in Barsingerhorn, van Jan Konings en Jurgen Bey. Op het eerste gezicht vinden sommigen het te precies, te rationeel, te gekunsteld: een beetje Calvinistisch. Tot ze zich realiseren dat in deze beheersing ook de poëtische kracht van het project ligt: het dringt zich niet aan de beschouwer op, net zomin als aan het dorp. Het is een bijzonder cultureel project voor de openbare ruimte, ver weg van de grote steden. De eenvoudige banken, de belettering, alles is prachtig gemaakt. De zakelijke bescheidenheid van de vormgeving, de menselijke schaal en de gerichtheid op de gemeenschap maken het typisch Nederlands. Liefst was de jury als argeloze toerist op de bankjes gestuit, om zich te laten verrassen en betoveren. En dan een broodje eten aan het water, of je schaatsen vastbinden op het bankje in het ijs, of een oude man aan zijn kleinkind horen vertellen over vroeger.

Een waardig en moedig monument voor een mensenleven, dat is het boek ' Hyde' van Willem van Zoetendaal, met teksten van Michael Matthews en fotografie van Koos Breukel. De prachtige, precies gekozen teksten zetten de toon voor het boek, de ingehouden vormgeving is dienstbaar aan het geschrevene. Dood door een vreselijke ziekte is een onderwerp waarbij de verkeerde noot gauw is aangeslagen. Het boek ' Hyde' echter is onberispelijk van toon: superieur, delicaat, op een ontroerende manier gemaakt. Een juweel.

De ETCS interface voor treinmachinisten, ontwikkeld door Rens Holslag, Hans Rijpkema, Pieter Rookmaaker, Leonard Verhoef en Jochen Vorderegger, imponeert alleen al door de ontstellende hoeveelheid onderzoek die eraan vooraf is gegaan, de veelheid aan diverse opvattingen van Europese spoorwegmaatschappijen en proefpersonen die erin is verwerkt. Die interface is vervolgens weer verbonden met een complexe machine en een heel netwerk van spoorwegen. Met dat alles is het verbijsterend dat de lay-out van het scherm zo eenvoudig en inzichtelijk is geworden, dat zelfs een leek het vrij eenvoudig kan begrijpen. Overigens is dat ook van levensbelang: een misverstand over de betekenis van een symbool of signaal kan mensenlevens kosten. Mooi is hoe het schermbeeld, hoewel hedendaags en elegant van vormgeving, toch iets van de oude ingenieursesthetiek behouden heeft. Al met al een opmerkelijke prestatie.

Bericht van de jury aan de heer Fentener van Vlissingen, directeur van de Steenkolen Handelsvereniging: het ' SHV book', ontworpen door Irma Boom, zou voor iedereen verkrijgbaar moeten zijn, of in elk geval op verschillende openbare plaatsen te bekijken. Het is gewoonweg te belangrijk om zo onbereikbaar te blijven. Als eigenzinnig 'document humain' van de eerste honderd jaar van een bedrijf, maar vooral ook als voorbeeld van waartoe een ontwerper, gegeven de tijd, de middelen en de vrijheid, in staat kan zijn. Het zware, gebonden boek mag dan traditionele elementen bevatten - de tulpen en het gedicht op de snee herinneren bijvoorbeeld aan het 'marmeren' van vroeger - het is volstrekt eigentijds, in de zin dat de ontwerper hier de rol heeft van redacteur. De vormgeving is het middel waarmee het materiaal wordt verkend en becommentarieerd. Een werkelijk spectaculair visitekaartje voor het grafisch ontwerpen, en een rijke staalkaart van tot nu toe onverkende mogelijkheden. Het boek is als een sculptuur, door zijn zware en dichte schoonheid, maar ook door de wijze waarop het tot stand is gekomen: als een kunstwerk in opdracht. De jury realiseert zich dat sculpturen in bedrijfsgebouwen ook niet altijd publiek toegankelijk zijn.

Op basis van de voorgaande overwegingen kent de jury eervolle vermeldingen toe aan de 'Twinn' vloerbekleding van Jeroen Vinken, het 'straatmeubiliar informatiepunt Barsingerhorn' van Jan Konings en Jurgen Bey, het boek 'Hyde' van Willem van Zoetendaal, de ETCS mens-machine-interface, ontwikkeld door Rens Holslag, Hans Rijpkema, Pieter Rookmaaker, Leonard Verhoef en Jochen Vorderegger, en het 'SHV book' van Irma Boom.

Betoverd, dat zijn de juryleden, door de eerste aanblik van de Leestafel van Oude en Nieuwe Media in de met kaarsen verlichte Waag. In het oudste gebouw van Amsterdam wordt ze een nieuw perspectief op de toekomst geboden. Een kind speelt onder de tafel een computerspel, terwijl haar moeder Internet raadpleegt en haar vader de krant leest, allemaal aan een oer-Hollandse leestafel. Dit is niet de wereld van de cyberpunk. De grote zoemende computerdozen, die alle informatie en plezier met dezelfde grijze saus overgieten, zijn verbannen. Er zijn slechts in metaal gevatte, zacht gloeiende schermen op leeshoogte te zien, een paar toetsenborden, en kleine elektronische kussentjes in het houten tafelblad. Die vervangers van de muis maken het contact met het scherm heel direct en tastbaar: de gevoelige vingertop stuurt de interface. En ook de interface zelf ziet er niet grijs en technisch uit, maar vriendelijk, niet intimiderend, met mooie kleuren, beelden en bewegingen. Maar belangrijker nog, begrijpelijk voor leken op het gebied van nieuwe media, die zich niet opgelaten hoeven te voelen door hun onervarenheid daarmee.

De leestafel is een plek om langzaam, in het eigen tempo, vertrouwd te raken met een nieuwe manier van communiceren, die alleen maar belangrijker zal worden. Maar ook de snelle netsurfer, die even e-mail wil lezen of iets wil opzoeken, zal aanschuiven. En voor kinderen is een speciale plek gemaakt. Het project richt zich op de gemeenschap, nodigt uit tot interactie en gezamenlijke verkenning.

Het idee om nieuwe technologie en de Nederlandse traditie van de leestafel samen te brengen heeft kwaliteit. De uitvoering is perfect, passend bij het concept en in de omgeving. Tegelijkertijd is de jury ervan overtuigd dat het project verplaatsbaar en vertaalbaar is naar een andere context. Tenslotte richt de Leestafel van Oude en Nieuwe Media zich op een probleem dat werkelijk 'van nu' is, dat er niet eerder was, en dat dringend opgelost moet worden.

Unaniem, en met het grootste genoegen, kent de jury de Designprijs Rotterdam 1997 toe aan de Leestafel van Oude en Nieuwe Media, ontworpen door Caroline Nevejan en Marleen Stikker van de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media, Rolf Pixley, Mieke Gerritzen, Janine Huizinga en Jaap Dijkman.

 

John Thackara, voorzitter
Christine de Baan, secretaris

Note 1. Overigens is MACRAME in de computerwereld de afkorting van Multiprocessor Architectures Connectivity, Routers And Modelling Environment: moderner kan het niet.

 


DPR 1997 Nominaties Winnaar Expositie (QTVR)